Het begin is niet moeilijk

Geschreven door: Ineke Westers

'Alle begin is moeilijk' zegt een bekend spreekwoord. Voor ruiters die willen kennismaken met endurance gaat dit echter niet op. Elke redelijk getrainde combinatie is opgewassen tegen een beginnersrit en hoeft zich niet laten weerhouden het eens te proberen. Maar hoe verder je in de sport komt, hoe moeilijker het wordt, dat wel. Om een kennismaking te vergemakkelijken staan in dit verhaal enige wetenswaardigheden en praktijktips op een rij.

Wie het graag wil proberen gewoon een keertje meedoen kan. In de kennismakingsklasse bij de KNHS Endurancevereniging is iedereen welkom voor een vrijblijvende proefrit. Men wordt alleen gedurende de rit pro forma lid van de Endurancevereniging om gehouden te kunnen worden aan het reglement; er waren voorheen helaas deelnemers die meenden zich allerlei overtredingen te kunnen permitteren omdat ze geen lid waren van de vereniging.

 

De wedstrijd

Wie bij zijn eerste poging zeker wil weten dat hij een geschikte rit treft belt met een paar wedstrijdorganisaties en informeert hoe het parcours er uit ziet. In het vraagprogramma staat meestal wel vermeld of er zwaar zand te verwachten valt, paden met veel steenslag of misschien alleen maar kronkelige ruiterpaden. Soms gaat de route noodgedwongen ook langs drukke verkeersknooppunten, door tunnels of over viaducten en dergelijke. In de meeste natuurgebieden behoren koeien (en stieren!) tot de natuurlijke obstakels ¬ze gaan bij voorkeur op het ruiterpad liggen omdat ze van mul zand houden. Over de bijbehorende wildroosters gaan is verboden op straffe van uitsluiting. Wie inschrijft moet inschrijfgeld betalen, ook als hij later weer afzegt, op welke grond ook.
Een inpaklijst waar alles op staat wat mee moet is erg handig en in het huidige computertijdperk simpel bij te houden. Een veiligheidshelm dient daar in elk geval op te staan, want die is verplicht. Sporen daarentegen kunnen, als verboden artikel, thuisblijven en diverse belemmerende hulpteugels ook. Een martingaal is wel toegestaan. Bitloos rijden mag en ook wat zadel betreft zijn er geen voorschriften ¬alles moet ‘voldoende veilig’ zijn.
Bij de wedstrijden is het gebruikelijk dat de ingeschreven deelnemers in de week voor de wedstrijd hun programmaboekje thuisgestuurd krijgen. Daarin staan de belangrijkste algemene regels, essentiële tijdstippen (secretariaat open, aanvang voorkeuring, eventueel briefing, start, minimumsnelheid, prijsuitreiking) en meestal ook een kaart van de route, zodat die alvast thuis bestudeerd kan worden. In het terrein staan weliswaar aanwijzingen om de goede route te volgen, maar vandalisme gaat ook aan endurance niet voorbij en dus is men soms op de kaart aangewezen.


Voorbereidingen

Op tijd vertrekken naar de wedstrijd is goed voor de eigen gemoedsrust. Bovendien heeft het paard dan na de reis gelegenheid om op adem te komen voor hij gekeurd moet worden en eventueel ook om te plassen ¬de hartslag kan aan de hoge kant blijven als dit het paard dwarszit. Hou op de wedstrijddag steeds in de gaten òf het paard wel plast. Je kunt er thuis in de training al aan werken om hem dat te leren als je hem daartoe de gelegenheid geeft op de ondergrond die zijn voorkeur heeft. Belonen helpt! De tijd die je hier in steekt verdien je later terug.
Je kunt zo’n beginnersrit best op eigen houtje rijden, dus zonder groom. Heb je echter iemand die graag mee wil om te helpen dan is dat op zich best handig, want het is alleen maar gunstig het paard zo goed mogelijk te verzorgen onderweg. De groom staat op punten waar de route goed bereikbaar is te wachten, met bijvoorbeeld een emmer water om het paard uit te laten drinken, iets te eten of te drinken voor de ruiter en een fles koelwater, die de ruiter over de hals van het paard kan leeggooien. Het is handig dat laatste alvast thuis te oefenen, want sommige vierbeners kunnen zo’n onverwachte koude douche aanvankelijk bepaald niet waarderen en halen gevaarlijke toeren uit om eraan te ontkomen.
Na de wedstrijd kan het voor het paard fijn zijn om niet meteen na de rit weer de trailer in te moeten voor de rit naar huis. Een uurtje of 2 bijkomen in een paddock is dan een goed optie.

 

Keuringen

Belangrijk onderdeel van de endurancewedstrijd vormen keuringen. Ze zijn er in vele soorten, maar de beginner heeft in Nederland te maken met voorkeuring, P/A controle, keuring op de finish en nakeuring, plus eventueel een onverwachte controle op hartslag ergens op de route. Het paard moet dus door een vreemde benaderd kunnen worden over zijn hele lichaam zonder daar nerveus van te worden, laat staan heftig tegen te spartelen of zelfs van zich af te slaan. De meeste wedstrijddierenartsen zijn niet bereid hun leven te wagen, en niet gekeurd betekent niet meedoen. De voorkeuring gaat vooraf aan de wedstrijd en daarbij noteert de veterinair diverse waarden omtrent zaken als hartslag, ademhaling, kleur der slijmvliezen, turgor en darmgeluiden op de ‘veterinaire kaart’. De algehele conditie moet goed zijn, en men let ook speciaal op peesblessures, drukkingen op rug en singelplaats of andere verwondingen. Verder dient het beslag in orde te zijn; starten zonder hoefijzers is toegestaan, maar is op de meeste parcoursen in ons land niet echt aan te bevelen. Vervolgens moet het paard zijn gangen tonen op de monsterbaan. Meestal eerst heen en terug in stap en daarna in draf, maar soms ook eerst een paar meter stap, gevolgd door draf in de rest van het rondje. Al te veel voorbrengers (dat mag de ruiter zijn, maar ook een groom) blijven aan het eind van de baan zelf in het midden stilstaan en trekken hun paard langs de buitenkant om zich heen, maar dat is niet de gewenste methode! Zelf met de klok mee buitenom lopen is het parool, zodat de dierenarts altijd goed zicht houdt op het paard.
Wordt het paard goedgekeurd dan kan er gestart worden, waarbij soms een starttijd toegewezen wordt en soms de ruiter zelf een tijd vast kan leggen bij de starter. Alleen op pad of met z’n tweeën of een groepje ¬alles kan. Stappen, draven of galopperen is eveneens vrij, maar het is het handigst een regelmatig tempo aan te houden om niet onder de minimumsnelheid (8 km/u) of boven de maximumsnelheid (12 km/u) te raken. Onderweg staan om de vijf of tien kilometer de zogenaamde kilometeraanduidingen en aan de hand daarvan kun je heel simpel de snelheid even uitrekenen, als je tenminste niet vergeten bent een horloge om te doen.

Iets over de helft van het parcours komt een veterinaire keuring die kortweg P/A controle heet. Een in de gangen onregelmatig paard wordt uit de wedstrijd gehaald en de hartslag dient 60 of lager te zijn. Haalt het paard dat niet binnen 10 minuten na aankomst op de controlepost dan volgt eveneens eliminatie. Zodra het paard goed bevonden is mag de ruiter verder; er is hier geen rustperiode. Het is echter verstandig gebruik te maken van de gelegenheid hier het paard even te laten drinken , daartoe staan er grote bakken of emmers voor algemeen gebruik.

Thuis na de wedstrijd

Wie eenmaal thuis is in endurance raakt zijn angst voor besmetting met allerlei enge ziekten heel snel kwijt, want de grootste bedreiging voor een endurancepaard is uitdroging en de daaraan gekoppelde metabole ellende. En al is de kans daarop groter naarmate de afstand langer wordt, zelfs bij ritten van 25 km zijn er al paarden aan het infuus beland met zulke problemen. Zodra de combinatie na het tweede deel van de rit over de eindstreep komt wordt de hartslag opnieuw geteld en is deze 60 of lager dan stopt meteen de rijtijd. Is deze hoger, dan heeft de ruiter nog 10 minuten tijd om de hartslag omlaag te krijgen (koelen) en opnieuw aan te bieden. Is de hartslag dan nog steeds hoger dan 60 volgt uitsluiting, is deze gezakt onder 60 stopt de rijtijd op dat moment. Een half uur na het stoppen van de rijtijd volgt de nakeuring, met opnieuw de volledige controle zoals die bij de voorkeuring werd gedaan.

Trainingsaanpak

Hoe je voorbereiding, training en wedstrijden aanpakt is deels (helaas) een kwestie van door schade en schande wijs worden. Immers het ene paard is het andere niet en de ene mens is de andere niet, dus klakkeloos kopiëren wat succesvolle ruiters doen heeft weinig zin. Toch is het zinvol om in elk geval te wéten wat anderen doen, en wáárom ze iets doen of laten, want al is niet alles in je eigen situatie toepasbaar, je steekt er altijd wat van op. Kijken en vragen is dus het motto, om daar vervolgens je voordeel mee te doen. Veel topruiters doen ook mee aan kortere ritten om wedstrijdritme op te doen en 2 de meeste van hen beantwoorden graag vragen van beginners, want tenslotte is iedereen een keer bij nul begonnen.
Een groot misverstand betreft de hoeveelheid kilometers die je moet maken om aan endurancewedstrijden mee te kunnen doen en een misschien nog wel groter misverstand betreft de snelheid waarmee je traint. Het is bepaald niet zo dat de conditie alleen maar groter wordt naarmate je meer kilometers in hoog tempo afraffelt. Consequent en gevarieerd trainen is belangrijk en natuurlijk zul je een bepaalde hoeveelheid werk moeten verzetten om conditie op te bouwen, maar het is daarbij essentieel het paard blij en werklustig te houden. Plezier in het werk, plezier in wedstrijden. Je kunt best een keer veel van je paard vragen in de training of bij een wedstrijd, maar het is minstens even zinvol ook eens iets met hem te doen wat hij leuk vindt of wat hem geen moeite kost. Drie uur alleen maar stappen is ook trainen! Een blij, levenslustig paard is bereid voor je te werken in de wedstrijd en daar dieper te gaan dan je ooit thuis voor mogelijk had gehouden. Niet voor niets rijden de meeste topcombinaties ook nog kortere wedstrijden. Het is vaak leuker voor een paard (en ruiter!) om bij een wedstrijd 60 of 70 kilometer te rijden als training voor lange afstanden in plaats van thuis het bekende rondje van 40 km weer eens te draaien. Bovendien is zo'n trainingswedstrijd voor het paard een mooie mentale oppepper omdat die hem, als alles in orde is met de opbouw naar de grotere wedstrijden, weinig moeite zal kosten.

Opbouw

Elk jaar wijst de wedstrijdpraktijk uit dat een aantal paarden dat in de eerste wedstrijden imponerend presteert snel uitgelopen is door blessures. Laat het paard rustig wennen aan de training; ga eerst bijvoorbeeld twee keer per week een ommetje maken van een uur en doe daarbij als basis ook veel stapwerk, deels op de harde weg en liefst in geaccidenteerd terrein. Voor recreatieve buitenritten is galopperen en soms zelfs al draven op de harde weg zo ongeveer een doodzonde, maar een goed endurancepaard maalt daar niet om, al is bij endurancewedstrijden galop op asfaltwegen reglementair verboden. Slechts weinig wedstrijden gaan echter volledig langs keurige zandpaden of van mooie bermen voorziene betonwegen, dus is het handig ook op verharde wegen voorbereid te zijn.
Elke dag het zadel er op is niet nodig; vrije dagen na een zware training zijn zelfs noodzakelijk. Een vrije dag wil in dit verband niet zeggen dat het paard 24 uur in de box blijft. Veel endurancepaarden worden zoals dat in het Duits heet 'robust' gehouden: weinig of helemaal niet op stal, maar veel buiten, met veel beweging. Een vrije dag betekent dus in de wei of in de paddock.

Verder is longeren een goede afwisseling van het rijden en ook langs de fiets draven of als handpaard naast een ander paard is voor de meeste paarden een leuk uitje. Vooral op dagen dat je weinig tijd hebt om te trainen is het naast de fiets mee laten lopen heel handig, want je hoeft alleen maar een halster om te doen, de fiets te pakken en je bent op weg. Heb je dit nooit gedaan en kent je paard het ook niet begin daar dan mee op zondagmorgen vroeg langs een rustige route en wees vooral niet te benauwd: hoe langzamer je fietst, hoe meer tijd je paard heeft voor flauwe fratsen. Leer hem wel meteen om met het hoofd naast je stuur te blijven. Verder naar voren is levensgevaarlijk, achterblijven iets minder, maar dat leidt evengoed tot ongewenste toestanden: bij het minste of geringste schiet hij achter het spatbord langs naar je linkerkant en dan zit jij nog met het touwtje in je rechterhand... En een lomperik trapt in het voorbijgaan ook nog tegen het achterwiel! Slecht voor de fiets èn slecht voor het evenwicht.
Wil je het ‘professioneel’ aanpakken haal dan een fietscomputer bij bouwmarkt of fietsenwinkel zodat je afstand, snelheid et cetera kunt registreren. Want houd er rekening mee dat je je eerste endurancewedstrijd wel eens zó leuk kunt vinden dat je serieus met de sport aan de slag gaat.

Heel wat voorheen neurotische paarden hebben inmiddels ook hun draai gevonden in deze sport, die nauw aansluit bij vele natuurlijke behoeften van het paard. En wees ook niet verbaasd wanneer je thuis zo brave, evenwichtige vierbener bij zijn endurancedebuut verandert in een enthousiaste snelheidsduivel die het niet gek genoeg kan gaan: het zien van andere paarden op het parcours werkt aanstekelijk!


Dit volledige artikel is geciteerd van: http://www.deronline.nl/informatie/introductie.asp volgens de geldende copyrightverklaring: 'bezoekers van deze site (red: www.deronline.nl) mogen de informatie alleen vrijelijk gebruiken om de paardensport in het algemeen en de endurancesport in het bijzonder te bevorderen.'

Menu: