Kennismaken met de endurancesport

Geschreven door: Ineke Westers

Wat voor enduranceroutiniers gesneden koek is kan voor beginners in de sport totaal onbekend zijn. Daarom voor de nieuwkomers een opsomming van wetenswaardigheden en tips. Doe er je voordeel mee, maar denk vooral niet dat je wedstrijdcarrière na het lezen en ter harte nemen ervan zonder blunders en missers zal verlopen. Sommige wielen moet je nu eenmaal zelf uitvinden omdat niet alle paarden gelijk zijn. Alle ruiters ook niet trouwens...

Wie graag vrijblijvend wil kennismaken met endurance kan een keertje meedoen in de kennismakingsklasse bij de KNHS Endurancevereniging, de voortzetting van de ‘Dutch Endurance Riders' (DER). Men wordt gedurende deze proefrit pro forma lid van de vereniging om gehouden te kunnen worden aan het reglement; er waren voorheen helaas deelnemers die meenden zich allerlei overtredingen te kunnen permitteren omdat ze geen lid waren.

 

Voorwaarden

Voor niet-leden is er net als voor leden een aantal voorwaarden waaraan een combinatie moet voldoen. De ruiter moet minimaal 7 jaar oud zijn, en moet indien hij jonger is dan 14 jaar, samen rijden met een medewedstrijdruiter van op zijn minst 18 jaar. Het paard of de pony, van welk ras ook, is minstens 4 jaar, niet hoogdrachtig (korter dan 8 maanden) en heeft geen veulen jonger dan drie maanden.
Verder is de chip verplicht en ook een volgens de regelen der kunst in het paardenpaspoort bijgehouden entingsschema, waaruit blijkt dat het dier een correcte basisenting heeft gehad en vervolgens jaarlijks minimaal 7 dagen en maximaal 365 dagen voor de wedstrijd is gevaccineerd tegen influenza. Hier wordt streng de hand aan gehouden! Bij de voorkeuring controleert de veterinair het boekje en wie het bijvoorbeeld thuis heeft laten liggen mag niet starten. Ook als er meer dan een jaar tussen de jaarlijkse herhalingsentingen is verstreken volgt een startverbod; dit steekt echt op de dag! De dierenartsen hebben in de loop der jaren alle smoezen al langs horen komen en zijn daar ongevoelig voor in het belang van de overige deelnemers.

De wedstrijd

Wie bij zijn eerste poging zeker wil weten dat hij een voor zijn paard of pony geschikte rit treft belt met een paar wedstrijdorganisaties en informeert hoe het parcours er uit ziet. In het vraagprogramma staat de afstand vermeld, en soms of er zwaar zand te verwachten valt, paden met veel steenslag of misschien alleen maar kronkelige ruiterpaden. Soms gaat de route ook over bruggen, langs drukke verkeersknooppunten, over spoorwegovergangen, door tunnels of over, soms smalle, snelwegviaducten en dergelijke. In de meeste natuurgebieden behoren koeien (en stieren!) tot de natuurlijke obstakels - ze gaan bij voorkeur op het ruiterpad liggen omdat ze van mul zand houden. Over de bijbehorende wildroosters gaan is verboden op straffe van uitsluiting, dus gebruik altijd het hek ook al moet je dan misschien van je paard afstappen.

Wie inschrijft moet inschrijfgeld betalen, ook als hij later weer afzegt, op welke grond ook.

Een inpaklijst waar alles op staat wat mee moet is erg handig en in het huidige computertijdperk simpel bij te houden. Een helm of cap dient daar in elk geval op te staan, want die is verplicht. Sporen daarentegen kunnen, als verboden artikel, thuisblijven en vrijwel alle hulpteugels ook: alleen de lopende martingaal is toegestaan. Bitloos rijden mag en ook wat zadel betreft zijn er geen voorschriften - alles moet ‘voldoende veilig' zijn. Bij onze wedstrijden is het gebruikelijk dat de ingeschreven deelnemers in de week voor de wedstrijd hun programmaboekje thuisgestuurd krijgen. Daarin staan de belangrijkste artikelen uit het reglement, specifieke regels voor de betreffende wedstrijd met essentiële tijdstippen (secretariaat open, aanvang voorkeuring, eventueel briefing, starttijden, prijsuitreiking) en meestal ook een kaart van de route, zodat die alvast thuis bestudeerd kan worden. In het terrein staan weliswaar aanwijzingen om de goede route te volgen, maar vandalisme gaat ook aan endurance niet voorbij en dus is men soms op de kaart aangewezen. Op tijd vertrekken naar de wedstrijd houdt de rust voor mens en dier erin. Bovendien heeft het paard dan na de reis gelegenheid om op adem te komen voor hij gekeurd moet worden en eventueel ook om te plassen - de hartslag kan aan de hoge kant blijven als dit het paard dwarszit.

Belonen helpt

Hou op de wedstrijddag steeds in de gaten òf het paard wel plast. Je kunt er thuis in de training al aan werken om hem dat te leren als je hem daartoe de gelegenheid geeft op de ondergrond die zijn voorkeur heeft. Belonen helpt! De tijd die je hier in steekt verdien je later terug. Je kunt zo'n beginnersrit best op eigen houtje rijden, dus zonder groom. Heb je echter iemand die graag mee wil om te helpen dan is dat op zich best handig, want het is alleen maar gunstig het paard zo goed mogelijk te verzorgen onderweg. De groom staat op punten waar de route met de auto goed bereikbaar is te wachten, met bijvoorbeeld een emmer water om het paard uit te laten drinken, iets te eten of te drinken voor de ruiter en een fles koelwater, die de ruiter over de hals van het paard kan leeggooien. Het is handig dat laatste alvast thuis te oefenen, want heel wat paarden kunnen zo'n verfrissende douche aanvankelijk bepaald niet waarderen en halen gevaarlijke toeren uit om eraan te ontkomen.

Belangrijk wedstrijdonderdeel vormen keuringen

Belangrijk onderdeel van de endurancewedstrijd vormen keuringen. Ze zijn er in vele soorten, maar de beginner heeft in Nederland te maken met voorkeuring, P/A controle, keuring op de finish en nakeuring, plus eventueel een onverwachte ‘vliegende' controle op hartslag ergens op de route. Het paard moet dus door een vreemde benaderd kunnen worden over zijn hele lichaam zonder daar nerveus van te worden, laat staan heftig tegen te spartelen of zelfs van zich af te slaan. De meeste wedstrijddieren-artsen zijn niet al te kinderachtig, maar zullen beslist hun leven niet wagen. En niet gekeurd betekent niet meedoen.

Thuis oefenen dus met een kietelig of eenkennig paard, en rijd ook een keer naar het erf van iemand anders, waar een voor het paard onbekend persoon veterinair kan spelen. De voorkeuring gaat vooraf aan de wedstrijd en daarbij noteert de veterinair diverse waarden omtrent zaken als hartslag, ademhaling, kleur der slijmvliezen, turgor en darmgeluiden op de ‘veterinaire kaart'. Die kaart is essentieel, en houdt de ruiter de hele dag bij zich. De algehele conditie moet goed zijn, en men let ook speciaal op peesblessures, drukkingen op rug en singelplaats of andere verwondingen.

Verder dient het beslag in orde te zijn; starten zonder hoefijzers is toegestaan en ook rijden met hoefschoenen. Vervolgens moet het paard zijn gangen tonen op de monsterbaan. Meestal eerst heen en terug in stap en daarna in draf, maar soms ook eerst een paar meter stap, gevolgd door draf in de rest van het rondje.

Niet gewenst

Al te veel voorbrengers (dat mag de ruiter zijn, maar ook een groom) blijven aan het eind van de baan zelf in het midden stilstaan en trekken hun paard langs de buitenkant om zich heen, maar dat is niet de gewens-te methode! Niet goed voor de gewrichten van het paard ook: een iets vermoeid paard zou je op die manier zelfs kreupel kunnen draaien. Zelf met de klok mee buitenom lopen is het parool, zodat de dierenarts altijd goed zicht houdt op het paard. Wordt het paard goedgekeurd dan kan er gestart worden, waarbij soms een starttijd toegewezen wordt en soms de ruiter zelf een tijd vast kan leggen bij de starter. Alleen op pad of met z'n tweeën of een groep van maximaal vijf ruiters - alles kan.

Regelmatig tempo

Stappen, draven of galopperen is eveneens vrij, maar het is het handigst een regelmatig tempo aan te houden om niet onder de minimumsnelheid (8 km/u voor de klasse 0, 9 km/u voor de klasse I) of boven de maximumsnelheid (12 km/u voor klasse O, 13 km/u voor klasse I) te raken. Onderweg staan om de vijf of tien kilometer de zogenaamde kilometeraanduidingen en aan de hand daarvan kun je heel simpel de snelheid even uitrekenen, als je tenminste niet vergeten bent een horloge om te doen. Dat horloge is onmisbaar omdat je het ook nodig bent om de hartslag te kunnen tellen. Iets over de helft van het parcours komt een veterinaire keuring die kortweg P/A controle heet. Een in de gangen onregelmatig paard wordt uit de wedstrijd gehaald en de hartslag dient 60 of lager te zijn. Haalt het paard dat niet binnen 10 minuten na aankomst op de controlepost dan volgt eveneens eliminatie. Zodra het paard goed bevonden is mag de ruiter verder; er is hier geen rustperiode.

Het is echter verstandig gebruik te maken van de gelegenheid hier het paard even te laten drinken - daartoe staan er grote bakken of emmers voor algemeen gebruik. Wie eenmaal thuis is in endurance raakt zijn angst voor besmetting met allerlei enge ziekten heel snel kwijt, want de grootste bedreiging voor een endurancepaard is uitdroging en de daaraan gekoppelde metabole ellende. En al is de kans daarop groter naarmate de afstand langer wordt, zelfs bij ritten van 25 km zijn er al paarden aan het infuus beland met zulke problemen. Zodra de combinatie na het tweede deel van de rit over de eindstreep komt wordt de hartslag opnieuw geteld en is deze 60 of lager dan stopt meteen de rijtijd. Is deze hoger, dan heeft de ruiter nog 10' tijd om de hartslag omlaag te krijgen (koelen) en opnieuw aan te bieden. Is de hartslag dan nog steeds hoger dan 60 volgt uitsluiting, is deze gezakt onder 60 stopt de rijtijd op dat moment. Een half uur na het stoppen van de rijtijd volgt de nakeuring, met opnieuw de volledige controle zoals die bij de voorkeuring werd gedaan.

Kijken en vragen is het motto bij de eerste wedstrijd

Hoe je voorbereiding, training en wedstrijden in endurance aanpakt is deels een kwestie van door schade en schande wijs worden. Blindelings kopieëren wat succesvolle topruiters doen heeft weinig zin. Maar al is niet alles in je eigen situatie toepasbaar, je kunt veel leren door goed op te letten bij wedstrijden. Kijken en vragen is dus het motto. Veel ervaren ruiters doen ook mee aan kortere ritten om wedstrijdritme op te doen en de meesten van hen beantwoorden graag vragen van beginners, want tenslotte is iedereen een keer bij nul begonnen. Een groot misverstand betreft de hoeveelheid kilometers die je moet maken om aan endurancewedstrijden mee te kunnen doen en een misschien nog wel groter misverstand betreft de snelheid waarmee je traint. Het is bepaald niet zo dat de conditie alleen maar groter wordt naarmate je thuis meer kilometers in hoog tempo afraffelt. Een paard heeft van nature al een enorm uithoudingsvermogen en om een ritje van 30 km in 10 km/u af te kunnen leggen hoef je echt geen ingewikkelde trainingsschema's te hanteren. Consequent en gevarieerd trainen is belangrijk en natuurlijk zul je een bepaalde hoeveelheid werk moeten verzetten om conditie op te bouwen, maar het is daarbij essentieel het paard blij en werklustig te houden. Het karakter doet er in het begin verder weinig toe, al is een echt lui paard uiteraard niet geschikt voor endurance en een extreem opgewonden standje evenmin. Heb je een hengst dan houd je er rekening mee dat jij degene bent die ervoor zorgt dat anderen geen overlast ondervinden en hetzelfde geldt voor een paard dat soms slaat of bijterig is. Voor allemaal geldt: plezier in het werk, plezier in wedstrijden. Je kunt best een keer veel van je paard vragen in de training of bij een wedstrijd, maar het is minstens even zinvol ook eens iets met hem te doen wat hij leuk vindt of wat hem geen moeite kost. Drie uur alleen maar stappen is ook trainen! Een fit, levenslustig paard is bereid voor je te werken in de wedstrijd. Niet voor niets rijden de meeste topcombinaties ook nog kortere wedstrijden. Het is vaak leuker én doeltreffender om tussendoor een passende trainingswedstrijd te rijden dan thuis het bekende rondje voor de zoveelste keer af te leggen.

Trainingsschema

Voor trainingsschema's kun je te kust en te keur op internet terecht; maak vooral niet de fout strak aan een eenmaal gekozen schema vast te houden - aanvoelen van je paard is veel belangrijker. Als hij een dagje niet veel zin heeft of merkbaar anders dan anders is of je een verandering aan de benen voelt kun je beter het zekere voor het onzekere nemen en het rustig aan doen. Bij loos alarm ga je de volgende dag verder waar je gebleven was. Denk aan het bekende gezegde over het halve stapje terug, waarna je twee stappen vooruit kunt! Elk nieuw seizoen wijst de wedstrijdpraktijk uit dat een aantal paarden dat in de eerste wedstrijden imponerend presteert snel afhaakt met blessures. Een gedegen opbouw is onmisbaar voor succes op lange termijn. Voor een ouder paard dat je al heel veel in het terrein hebt gereden kan de voorbereiding vanzelfsprekend simpeler zijn dan voor een jong paard dat alleen de binnenbak kent. Je paard moet beslist eerst buiten, dat wil zeggen in het terrein en langs de weg, behoorlijk wat ervaring opdoen alvorens je verantwoord aan een endurancewedstrijd mee kunt doen. Zelfs de rustigste paarden worden bij een wedstrijd soms dolenthousiast, en dan is het een vereiste dat je toch controle houdt. Laat het paard rustig wennen aan de training; ga eerst bijvoorbeeld twee keer per week een ommetje maken van een uur en doe daarbij als basis ook veel stapwerk, deels in het zand, deels op de harde weg en liefst ook in geaccidenteerd terrein.

Wees creatief!

Bij gebrek aan echte heuvels kun je ook gebruik maken van taluds, een viaduct, dijken of een voormalige vuilnisbelt - dan ga je er wat vaker tegenop. Voer per week de hoeveelheid draf bij die ritjes op, en verleng de duur ervan, zodat je na een paar maanden met gemak de afstand kunt afleggen zoals die gevraagd wordt in de wedstrijd van je keuze. Daarna kun je eventueel de snelheid nog iets opvoeren, maar hou in gedachten dat verlengen van de afstand minder belastend is dan het verhogen van de snelheid. Voor recreatieve buitenritten is galopperen en soms zelfs al draven op de harde weg zo ongeveer een doodzonde,
maar een goed endurancepaard maalt daar niet om, al is bij KEV-wedstrijden galop op asfaltwegen reglementair verboden. Slechts weinig wedstrijden gaan echter volledig langs keurige zandpaden of van mooie bermen voorziene betonwegen, dus is het handig ook op verharde wegen voorbereid te zijn. Bedenk ook in de training dat je met je paard niet op fietspaden mag rijden! Het is belangrijk terreineigenaren te vriend te houden en dat doe je niet door vernielingen aan te richten.
Elke dag het zadel op je paard is niet nodig; vrije dagen na een zware training of na een wedstrijd zijn zelfs noodzakelijk. Een vrije dag betekent in dit verband: in de wei of in de paddock. Stilstaan in de box is niet goed, dan kun je beter bijvoorbeeld rustig gaan longeren of het paard aan de hand meenemen als je zelf aan looptraining doet. Ook langs de fiets draven vinden de meeste paarden een leuk uitje. Vooral op dagen dat je weinig tijd hebt om te trainen heel handig, want je hoeft alleen maar een halster, met daaraan een behoorlijk lang halstertouw, om te doen, de fiets te pakken en je bent op weg. Heb je dit nooit gedaan en kent je paard het ook niet, begin daar dan mee op zondagmorgen vroeg langs een rustige route en houd een vlot draftempo aan. Hoe langzamer je fietst, hoe meer tijd je paard heeft voor flauwe fratsen. Leer hem wel meteen om met het hoofd naast je stuur te blijven. Verder naar voren is levensgevaarlijk omdat hij je van de fiets slaat als hij een keer bokt, of je de pas afsnijdt bij een schrikreactie. Achterblijven is iets minder erg, maar kan je ook in ongewenste situaties brengen. Want schiet hij achter je langs heb je verder weinig in te brengen omdat je dan het halstertouw in de verkeerde hand hebt. En met een beetje pech raakt hij je achterwiel of trekt hij de fiets onder je vandaan doordat het halstertouw onder het spatbord haakt... Met een fietscomputer (een simpele kost weinig bij bouwmarkt of warenhuis) kun je afstand en snelheid registreren. Weet je al dat je beslist verder wilt in de endurance is het een goed idee een logboek bij te gaan houden, waarin je alles wat je belangrijk vindt kunt noteren, per dag: hoeveelheid/soort voer, eetlust, duur en soort training, conditie van het paard, ontworming, entingen, hoefsmid, hoestjes, verwondingen/ blessures en de behandeling ervan, medicijngebruik. Bedenk dat ook in endurance op doping wordt gecontroleerd! En verzorg wondjes serieus, want ze kunnen reden voor een startverbod zijn - een bekend voorbeeld zijn beschadigde mondhoeken. Het is even wennen om dagelijks je notities te maken, maar de tijd die je erin steekt verdien je terug omdat je allerlei problemen dikwijls vaker tegenkomt en dan even terug kunt bladeren om te zien hoe je dat ook alweer oploste. Het behoedt je voor het maken van dezelfde fouten en geeft je overzicht bij de training.

Gevoel voor tempo

Het belangrijkste dat je zelf moet ontwikkelen is gevoel voor tempo. Zet een rit in de buurt uit en reken uit hoeveel km dat precies is - ongeveer 10 km is handig. Rijd daarna te paard dat parcours, en probeer het achtereenvolgens in verschillende snelheden te rijden. Horloge erbij, of stopwatch. Om te beginnen zal het tegenvallen een behoorlijk gemiddelde te halen, zeker als er obstakels in je parcours zitten zoals bruggen, verkeerslichten, kruispunten of drukke weggedeelten. Voor wedstrijden geldt hetzelfde, en daar verlies je bovendien tijd met de verzorging van je paard onderweg. Om bijvoorbeeld een gemiddelde van 12 km/u te halen zul je dus behoorlijk sneller moeten rijden! Ga niet als een gek van start bij een wedstrijd, zet je paard bij voorkeur in een rustige draf op de benen, maar doe ook niet overdreven kalmpjes. Rondstappen om alvast wat op te warmen doe je voor de start. De tijd die je in het begin verklungelt zul je zeker op korte afstanden alleen nog ten koste van veel inspanning in kunnen halen. In dat kader is het handig de maximale rijtijd zelf thuis al uit te rekenen en bij je te hebben, zodat je bij moeilijkheden (verdwalen, warm weer, inzinking) de uiterste tijd waarop je moet finishen in de gaten kunt houden om te voorkomen dat je nèt te laat komt en dus niet geklasseerd wordt. Om uit een dip te raken is het heilzaam een stukje naast je paard te draven, dat ontspant de rug bovendien ook nog. Zorg wel dat je te paard start én te paard over de eindstreep gaat; voor het overige zou je zelfs de hele wedstrijd naast je paard mogen lopen als je dat nuttig vindt...Neem de routekaart beslist mee te paard tijdens de wedstrijd, en zorg dat je er iets mee kunt als je verdwaalt of als de markering weg blijkt te zijn gehaald door lieden die niet met hun vingers van andermans spullen af kunnen blijven. Bovendien is het ding nuttig als er de kilometeraanduidingen op aangegeven zijn - dan kun je ook op de kaart controleren hoever het nog is naar P/A controle of finish. Om de kaart bruikbaar te houden bij regen doe je er een hoesje omheen; hersluitbare plasticfolie waarin sommige tijdschriften verzonden worden is lekker soepel, zodat je de kaart nog kunt vouwen om in je zak te bergen. Is het al niet handig je routekaart te verliezen, je vetkaart moet je beslist "achter slot en grendel" opbergen: verlies is diskwalificatie! Steeds zelf bij je dragen en opletten dat je starttijd correct linksboven wordt ingevuld, want als achteraf blijkt dat die er niet staat heb je een probleem.

Snelheidswedstrijd

Hou er rekening mee dat endurance ook op beginnersniveau een snelheidswedstrijd is, waar de normale beleefdheid jegens niet-wedstrijdruiters wel in acht wordt genomen, maar waar je als wedstrijdruiters onder elkaar ervan uitgaat dat je bijvoorbeeld kunt blijven draven of soms zelfs galopperen als je elkaar tegenkomt of inhaalt. "Snelheid naar redelijkheid aanpassen aan de omstandigheden" heet dat.

Inhalen

Inhalen doe je na aanroepen en je kunt ook bij tegenliggers standaard vragen of je mag blijven draven: het kost niks extra en maakt een nettere indruk dan botweg langs te komen vliegen. Een combinatie die bezig is aan een klasse II of III rit (meestal dragen die rode hesjes waar de klasse I en O de gele aan heeft) zal namelijk altijd proberen zoveel mogelijk in het ritme te blijven omdat het voor zowel ruiter als paard erg vermoeiend is steeds het tempo te moeten wisselen. En alsmaar beleefd in stap overgaan haalt de snelheid drastisch omlaag. Je kunt er dus ook als nieuweling niet van uitgaan dat iedereen rekening met je houdt.

Leer de signalen van je paard kennen

Afgezien van de fysieke training zijn er heel wat dingen die je thuis al met je paard door kunt nemen om later op een wedstrijd niet voor verrassingen te staan. Bovendien leer je je paard beter kennen en dat wil bij endurance vaak heel handig zijn. Je zult vooral bij omstandigheden die niet ideaal zijn (guur weer, of juist een hittegolf, of een moeilijk parcours) beslissingen omtrent tempo of zelfs al dan niet verder rijden moeten nemen waarbij kennis van de signalen die je paard geeft soms doorslaggevend is.

 

Zoals eerder al besproken kun je allerlei gegevens in een logboek vastleggen. Het is nuttig de normale waarden van het paard te kennen wat betreft lichaamstemperatuur, hartslag in rust, ademhaling in rust, darmgeluiden. Registreer dat vaker, onder verschillende omstandigheden, op verschillende tijden van de dag. Ooit zul je, al dan niet in een noodsituatie, plezier van die kennis hebben. Je kunt daar een stethoscoop bij gebruiken, maar hartslag tellen gaat ook heel goed zonder zo'n ding, met de vlakke hand tegen het hart achter het linkervoorbeen. Als het paard aan de dikke kant is lukt dat misschien niet, probeer dan de kaakrand of de kogel.

Hartslagmeter

Een hartslagmeter is helemaal mooi, maar beslist niet noodzakelijk, zeker niet als je begint. Ken je paard, dat is het belangrijkste. Je kunt met een hartslagmeter rijden en toch je paard volledig naar de knoppen helpen als je de noodsignalen die hij geeft niet opvangt doordat je alsmaar naar die prachtige hartslagmeter zit te kijken, die een vrijwel normale hartslag aangeeft. Leer je paard verder vooral ook dat er vreemden aan zijn lijf zitten. En als dat prima verloopt moet je er nog bij de wedstrijd op bedacht zijn dat het dan minder goed gaat door de stresserige omstandigheden: een hele horde mensen en paarden, die allemaal iets anders aan het doen zijn. Wordt jouw hartslag geteld terwijl twee anderen ondertussen voordraven. Dat zijn dingen die je nergens anders kunt leren dan op wedstrijd, dus neem dat zoals het komt en probeer zelf een beetje handig in te schatten hoe je dat zo gunstig mogelijk laat verlopen. Ga vooral niet op het laatste moment nog gehaast naar de nakeuring: als je pech hebt en meteen aan de beurt bent staat je paard met een onnodig hoge hartslag. Als je er een paar minuten te vroeg bent kan het paard even rustig rondkijken en vervolgens op zijn gemak de keuring over zich heen laten komen. Rijd je met iemand samen, laat dan je maatje bij je blijven zolang de hartslag geteld wordt van jouw paard en omgekeerd. Het voordraven is belangrijk en je kunt er heel veel aan doen om de kans op succes zo groot mogelijk te maken. Oefen het thuis, zodat je paard op straat zonder veel poespas aan een los touwtje of teugeltje met je meeloopt in stap en draf. Als je goeie maatjes met je paard bent hoef je hem niet eens zichtbare of hoorbare aanwijzingen te geven, maar doet hij wat jij doet. En draaft hij dus aan zodra je dat zelf doet. Het paard maakt geen fitte indruk als je hem alleen maar met veel lawaai in draf kunt krijgen of zelfs niet eens in stap meekrijgt. Dus laat iemand je eerst bij het oefenen helpen met een longeerzweep of pak zelf in je linkerhand een lange zweep om daarmee achter je rug om een tik te geven onder het lopen.

Heeft een paard de boodschap eenmaal begrepen dan lukt het op wedstrijd ook om je in je eentje daarmee te redden, zoals het hoort. Monster op aanwijzing van de veterinair. Is je paard enthousiast bij het voorbrengen laat hem dan al inhouden vóór je terug bent bij de keurende dierenarts, want die wordt er niet blij van als hij tig keer per dag onder de voet wordt gelopen.

Drinken

Een paard dat het vertikt om te drinken als hij van huis is zal nooit een ster in endurance kunnen worden. Drinken is derhalve een serieus onderwerp. Ook al zal hij best het eind van de dag levend halen, hij zal zodanig onderuit gaan in de turgor dat hij door de veterinairen uit de wedstrijd gehaald wordt. De turgor, je zou kunnen zeggen de vochtgraad van het paard, wordt bepaald door een huidplooi van de hals tegen de schouder tussen twee vingers op te tillen en los te laten. Blijft het vel staan of zakt het te langzaam heb je een probleem.
Een turgor wordt uitgedrukt in seconden;minder dan één seconde is perfect, een eentje is in orde en een tweetje kan er mee door.
Daarboven wordt het minder en bijvoorbeeld vijf is heel bedenkelijk. Drinken is dus het parool. En drinkt je vierbener niet moet je een andere manier verzinnen om er vocht in te krijgen. Dat lukt bijvoorbeeld door nat gras mee te nemen, of nat gras op het wedstrijdterrein te laten eten. Grasnetten in de trailer. Leren drinken doe je thuis al; automatische drinkbakjes zijn dus de pest voor endurancepaarden-in-opleiding. Om hem uit een emmer te leren drinken, met wat voor water dan ook (en ook dat moet je hem dus leren, vraag desnoods mensen die bij je op bezoek komen om een keer een jerrycan water mee te nemen, of neem zelf van elders een emmer water mee naar huis) sluit je je drinkbakje een tijd af en geeft alleen water uit een emmer. Bijkomend voordeel is dat je ook te weten komt hoeveel hij per dag eigenlijk drinkt; de verhalen die je daarover in de paardenbladen leest zijn vaak niet echt op de praktijk gebaseerd is mijn ervaring. Drinkt hij niet bied je een hele tijd later opnieuw die emmer aan, net zo lang tot hij het doorheeft. Misschien ten overvloede het advies hiermee te oefenen als het dorstig weer is - een paard dat met koud, regenachtig weer in de wei loopt krijgt echt geen dorst en lacht jou met je emmer gewoon uit. Heb geen medelijden, geef niet toe als het niet meteen lukt, want een uitgedroogd paard op wedstrijd is pas echt zielig! Die gaat tegenwoordig onverbiddelijk aan het infuus en dat gebeurt zelfs na een ritje in de klasse 0! Drinkt hij alles goed zonder bit, ga je hetzelfde oefenen met bit. Een dikke, dubbelgebroken trens wil nog wel eens moeilijkheden geven, en een westernstang of Pessoa ook omdat een gewone emmer dan al gauw te krap of te ondiep is. Je zult toch aan de speciale emmers met deksel moeten geloven (die kunnen je grooms gevuld en wel weer in hun auto zetten, dat spaart kostbaar water), dus zoek dan een royaal exemplaar uit. Ga daarvoor bijvoorbeeld eens bij je patatboer langs, of een ander horecabedrijf, of een schoonmaakbedrijf. Ook voor mooie, grote koelflessen met ruime hals kun je in die sector dikwijls gratis terecht. Heel bruikbaar zijn ook de tweeliter flessen -ze zien eruit als kleine jerrycans, met handgreepje- waarin halfvolle melk in veel supermarkten in het koelvak staat.

Koelen

Waarmee we bij het koelen terecht zijn gekomen. Dat kun je eveneens thuis trainen. Dat wil zeggen koud water over de hals van je paard laten stromen om hem fit te houden. Nogal wat paarden zijn daar eerst erg bang van; ik heb een keer een paard in de sloot zien springen bij een wedstrijd. Dat moet dus geleerd worden. Om ermee te beginnen gaat het gemakkelijkst bij warm weer met lauw water. Is hij het eenmaal gewend merk je vanzelf of je tijdens de wedstrijd moet koelen:het paard laat dat zelf weten en toont meestal afkeer als hij niet hard werkt en het er te koud voor is. Gebruik je verstand, want koelen werkt averechts als je

paard aan het eind van de rit niet meer zweet en het intussen ook qua omgevingstemperatuur afkoelt. Sommige paarden worden dan zelfs hartstikke koud! Aandachtspunt is ook het voeren op de wedstrijddag. Voorop staat de zorg om de darmen aan de gang te houden. Voer geen krachtvoer kort voor een prestatie. Volgens de voedingsdeskundigen bij Pavo krijgt een paard een daling in de glucosespiegel ongeveer twee uur na het eten van krachtvoer zoals brok. Bij een lage glucosespiegel voel je je een beetje futloos en dat is bij endurance niet de bedoeling. Zorg dat de kaken de hele dag door regelmatig blijven malen; ruwvoer zoals voordroog, hooi, gras en wortels gaat er meestal grif in. Het is belangrijk uit te zoeken wat de dingen zijn waar je paard gek op is, en ook gek op blijft als hij het meerdere keren aangeboden krijgt, of onder druk staat of nerveus is. Paarden krijgen enorme honger van dit soort wedstrijden en als ze niet eten doe je dus iets verkeerd. Eet en drinkt het paard een beetje draderig onderweg, test dan of hij wil grazen. Zo niet, schakel dan meteen een tandje terug in tempo en zorg beslist dat hij voedsel binnenkrijgt, dan kun je vaak de echte problemen nog voorkomen en de wedstrijd toch uitrijden. Let in dit verband vooral heel goed op als je met iemand samen rijdt, want zelfs al voelt hij zich niet lekker, een paard zal instinctief zijn maatje koste wat kost proberen bij te houden - in de natuur is een dier dat de kudde niet kan volgen immers ten dode opgeschreven. Dat een paard door blijft draven zegt dus lang niet alles over hoe hij er fysiek aan toe is.

Obstakels oefenen

Er zijn heel wat dingen die je alleen tijdens wedstrijden kunt uitvinden. Dat geldt niet alleen voor het voeren, maar ook voor allerlei verschijnselen om het rijden heen. Toch kun je hem ook al veel thuis bijbrengen. Probeer ongewone, soms angstaanjagende obstakels tevoren al eens op te zoeken: lage fietstunneltjes of viaducten over snelwegen, die soms erg smal zijn en daardoor vol zicht op het onderlangs razende verkeer bieden. Maar ook wiebelende klapbruggen en fietsbruggetjes over kanalen en vaarten, spoorrails met metalen roosters ertussen, smalle bermen, grote waterplassen, klaphekken van natuurgebieden, druk verkeer: noem maar op. Wennen aan klapperend gevarenlint is ook nooit weg, want dat gebruiken wedstrijd-organisatoren te pas en te onpas. En als je verder wilt in deze sport kun je het best al veel tijd besteden aan de opleiding in je eerste wedstrijden. Leer je paard in een groep te lopen, achteraan en ook voorop, maar ook samen met één ander paard, leer hem alleen te lopen, van een groep naar voren weg te lopen, maar ook om een groep te laten gaan. Leer hem ook dat hij niet achter inhalers aan mag racen - blijven die op 50 meter voor Zorg dat je paard zich kan ontspannen. je hangen en reageert je paard daar eerst nog te heftig op ga dan stappen of desnoods even stilstaan tot ze uit beeld verdwijnen. Het kost je de eerste keren veel tijd en energie, maar dat loont zich later. Hetzelfde geldt voor het leren drinken onderweg, niet alleen uit de emmer van je groom, maar ook uit drinkbakken voor koeien of uit waterplassen. Een paard dat dat eenmaal kent doet er niet lang over om dan te drinken als het uitkomt en dat kan je uiteindelijk de wedstrijd redden als het warm is of over langere afstanden gaat. Je planning is eveneens belangrijk. Als je meerdere wedstrijden wilt rijden moet je niet alleen de jaarlijkse influenzaprik goed plannen, maar ook de hoefsmid op een handig moment laten komen. Met een enting die een paar dagen eerder is toegediend mag het reglementair niet, maar ga ook nooit met nieuw beslag op wedstrijd - je loopt zelf ook niet de Nijmeegse vierdaagse met schoenen die je twee dagen tevoren hebt gekocht.

Tegenstrijdig

Aan het eind van de wedstrijd komt nog een uiterst belangrijk onderdeel: de nakeuring. Eigenlijk een tegenstrijdig verhaal: zorgen dat zijn spieren soepel blijven om nog goed te kunnen draven, maar ook zorgen dat de hartslag laag is. Na de finish moet je het paard dus zodanig verzorgen dat hij door de nakeuring zal komen en dat vereist kennis omtrent het zwakke en sterke punt van je paard. Is hij snel kouwelijk concentreer je je op de spieren, heeft hij het nooit koud kun je je beter met de hartslag bezighouden. Bij warm weer koel houden, bij koud weer niet laten verstijven. Ik was mijn paard altijd, meteen als ik bij de wagen terugben, weer of geen weer. Ik neem warm water mee van huis en daar doe ik het hele lijf mee. Ze hebben dan achteraf geen jeuk meer, want dat geeft alleen maar trammelant. Heel wat paarden zijn al rollend in de draden van hun paddockje beland en vervolgens met dat paddockje aan de haal gegaan! Na het wassen bij koel weer een deken op en beetje grazen tot vijf minuten voor het uur U. Dan rustig naar de keuringsplaats lopen, zodat je daar nog heel even moet wachten, want dat helpt om het paard te ontspannen.
Na de keuring het paard niet meteen op de trailer zetten en naar huis rijden tenzij je echt vlakbij woont. Gun hem de rust om te eten en nog wat te bewegen als hij daar behoefte aan heeft. Het voorkomt dat je paard thuis alsnog in de problemen komt. Als je zekerheid wilt ga je ‘s nachts nog een keer kijken en mocht je paard niet in orde zijn meld dan je dierenarts dat je naar een endurancewedstrijd bent geweest.Tot slot nog een uitspraak die ik recent las in een interview met de Ierse topspringamazone Jessica Kürten: "Je kunt wel graag op concours gaan, maar als je er de paarden niet voor hebt moet je thuisblijven. Paarden zijn geen machines die je onbeperkt in kunt zetten. Die zelfdiscipline moet je jezelf op kunnen leggen, dat is erg belangrijk, voor elke sporter. Te gulzig zijn, over grenzen gaan, breekt ALTIJD op. Binnen die grenzen moet je zoeken naar de manier waarop je de beste resultaten kunt bereiken."

Dit volledige artikel is geciteerd van: http://www.deronline.nl/informatie/kennismaken.asp volgens de geldende copyrightverklaring: 'bezoekers van deze site (red: www.deronline.nl) mogen de informatie alleen vrijelijk gebruiken om de paardensport in het algemeen en de endurancesport in het bijzonder te bevorderen.'
 

Menu: