Wat moet u doen vóór de wedstrijd?
Lees het wedstrijd verloop goed door op onze site. En neem de rest van de site goed door, als u de nodige informatie niet kunt vinden vraag het ons dan via email, wij zullen dan uw vraag beantwoorden of wijzen op de plek van de site die op uw vraag betrekking heeft, wanneer het van toepassing is zullen wij de site dan zo volledig mogelijk aanvullen.
De avond voor de wedstrijd
U kunt de avond voor de wedstrijd al aanreizen en camperen op de parkeerweide of ergens in de omgeving logies zoeken, zie het onderdeel Logies voor meer informatie via deze link.
Wat moet u mee nemen naar of tijdens de wedstrijd?
- Geldig inentingsbewijs
Minimaal 1 week vóór en maximaal een jaar vóór de wedstrijd ingeënt tegen influenza.
Let op: de basisenting (booster) moet aantoonbaar zijn! - Paardenpaspoort
- Deugdelijke hoofdbescherming
En dan?
- Meldt u bij het secretariaat. Daar krijgt u, nadat eventuele kosten zijn voldaan, uw startnummer, een veterinaire kaart en eventueel een rijvergunning voor het bosgebied: deze moet u tijdens de wedstrijd bij u houden!
- Kies voor u een passende starttijd, maar hou rekening met de voorkeuring.
- Laat uw paard ruimschoots voor uw starttijd keuren bij een van de dierenartsen.
Vergeet niet de veterinaire kaart, het paardenpaspoort, het entingsbewijs en uw hesje met startnummer mee te nemen.
Zonder deze attributen geen keuring! - De dierenarts zal uw paard onderzoeken en laten voordraven.
Na goedkeuring kunt u op uw starttijd vertrekken. - Bezoek, indien van toepassing, de voorbespreking.
- Zorg, dat u op de aangegeven tijd klaar bent om te vertrekken.
Klasse I
- a. In klasse I vindt geen massastart plaats maar een individuele start. De minimale snelheid in klasse I bedraagt gemiddeld 9 kilometer per uur.De maximale snelheid voor klasse I bedraagt gemiddeld 13 kilometer per uur.
- b. In klasse I is er een verplichte P/A-controle (polscontrole) op ongeveer 2/3 van de afstand.
- c. Wanneer de gemiddelde snelheid in klasse I op het traject vóór de P/A-controle en/of het traject ná de P/A-controle hoger is dan 15 kilometer per uur, volgt uitsluiting van de betreffende combinatie. Hierbij geldt dat het eerste traject (tot de P/A-controle) eindigt op het moment dat het paard goedgekeurd is voor het vervolgen van de wedstrijd. Het tweede traject eindigt op het moment dat de rijtijd gestopt is.
- d. In klasse I stopt de rijtijd bij het passeren van de finishlijn, mits hierbij de hartslag van het paard bij binnenkomst lager dan of gelijk aan 60 per minuut is. Zie verder artikel 607.1.
- e. In klasse I wordt de uitslag opgemaakt aan de hand van het aantal behaalde punten voor de wedstrijd. Combinaties die bij de P/A of bij de finish een re-inspection hebben gekregen worden niet in het klassement opgenomen. Bij een gelijk aantal punten is de snelheid bepalend. Punten worden verkregen voor de volgende onderdelen:
- 1. Herstelperiode
Bij de P/A kunnen maximaal 10 punten worden verdiend. De combinatie krijgt 10 punten min het aantal minuten voordat het paard bij de P/A ter keuring wordt aangeboden en is goedgekeurd (maximaal 10 minuten) - 2. hartslag
• hartslag bij de finish
De combinatie krijgt 60 punten min het aantal hartslagen per minuut bij de finish
• hartslag bij de nakeuring
De combinatie krijgt 60 punten min het aantal hartslagen per minuut bij de nakeuring - 3. snelheid:
- gemiddelde snelheid gedurende de rit < 9 km/uur = uitsluiting
- gemiddelde snelheid gedurende de rit 9-10 km/uur = 4 punten
- gemiddelde snelheid gedurende de rit 10-11 km/uur = 6 punten
- gemiddelde snelheid gedurende de rit 11-12 km/ uur = 8 punten
- gemiddelde snelheid gedurende de rit 12-13 km/uur = 10 punten
- gemiddelde snelheid gedurende de rit 13-15 km/uur = niet geklasseerd
klasse II
- a. In klasse II kan zowel een massastart als een individuele start plaatsvinden. De minimale snelheid in klasse II bedraagt gemiddeld 9 kilometer per uur. Voor klasse II geldt geen maximale gemiddelde snelheid. Wel kan de wedstrijdgevende organisatie voor klasse II een maximale gemiddelde snelheid vaststellen, welke is opgenomen in het goedgekeurde vraagprogramma.
- b. In klasse II wordt de uitslag opgemaakt op basis van de snelheid en hartslag. Wanneer er in klasse II een maximale snelheid is vastgesteld, dan geldt dat alle kilometers die men sneller heeft gereden dan de vastgestelde maximale gemiddelde snelheid met een vermenigvuldigingsfactor van 1,25 worden afgetrokken van die maximale snelheid. De snelheid die dan wordt vastgesteld, is de snelheid die in de wedstrijduitslag wordt opgenomen. In geval van een individuele start wordt bij gelijke snelheid de volgorde bepaald op basis van hartslag. Hierbij geldt dat de laagste hartslag bij de finish bepalend is. Wanneer deze gelijk is, dan is de hartslag bij de nakeuring bepalend. Wanneer ook deze gelijk is, dan is de hartslag bij de eerste maal aanbieden in de vetgate bepalend. Is ook deze gelijk, dan bepaalt de wedstrijddierenarts de volgorde op basis van de veterinaire kaart. In klasse II stopt de rijtijd bij het passeren van de finishlijn, ongeacht de hoogte van de gemeten hartslag. Voor deelnemers in klasse II (in geval van een massastart) die tegelijk finishen bepaalt een official of een foto- of videofinish de uitslag.
- c. Een combinatie waarbij een snelheidscorrectie is toegepast als bedoeld in artikel 603.7b wordt niet in het klassement opgenomen.
Klasse III en IV
- a. Voor deze klassen geldt een minimale snelheid van gemiddeld 10 kilometer per uur. De rijtijd stopt bij het passeren van de finishlijn, ongeacht de hoogte van de gemeten hartslag door de wedstrijddierenarts. Voor deelnemers die tegelijk finishen bepaalt een official (al dan niet op basis van een foto- of videofinish) de uitslag. Disciplinereglement Endurance - versie 1 4 - 11 vastgesteld op 15 januari 2007 door de Ledenraad - inwerkingtreding op 01 maart 2007
- b. Na een klasse IV wedstrijd is het verplicht om op de dag na de wedstrijd een veterinaire transportkeuring te houden. De paarden mogen het wedstrijdterrein niet verlaten, doch dienen onder toezicht te overnachten (verzorgd door de wedstrijdgevende organisatie).
Kennismakingsklasse
Voor de Kennismakingsklasse gelden dezelfde bepalingen als voor klasse I met uitzondering van de volgende punten:
- a. leden van de KNHS-Endurancevereniging zijn uitgesloten van deelname aan deze klasse.
- b. Deelnemers aan deze klasse dienen een dagstartkaart bij de KNHS aan te vragen voorafgaand aan de wedstrijd;
- c. De minimale snelheid bedraagt gemiddeld 8 kilometer per uur;
- d. De maximale snelheid bedraagt gemiddeld 12 kilometer per uur;
- e. Indien niet aan 3.11b of 3.11c wordt voldaan, volgt uitsluiting;
- f. De deelnemers die een rit in de kennismakingsklasse goed volbrengen, ontvangen hiervan een diploma;
- g. Een deelnemer mag drie keer uitkomen in de kennismakingsklasse met een maximum van éénmaal per wedstrijdseizoen;
- h. Als er twee klasse I afstanden tijdens één wedstrijd georganiseerd worden moet de Kennismakingsklasse verreden worden over de kortste klasse I-afstand.
Finish en nakeuring
- Klasse I:
Bij binnenkomst dient de polsfrequentie lager dan of gelijk aan 60 per minuut te zijn. Wanneer de polsfrequentie hoger is dan 60 per minuut, dan loopt de rijtijd door. Men moet dan nog eenmaal - op 10 minuten na binnenkomst - het paard aanbieden voor een re-inspection. Is op deze 10 minuten de polsfrequentie nog steeds hoger dan 60 per minuut, volgt uitsluiting. De polsfrequentie en de finishtijd worden op de veterinaire kaart genoteerd. - Klasse II, III en IV:
Bij binnenkomst stopt de rijtijd, ongeacht de polsfrequentie op dat moment. De polsfrequentie en de finishtijd worden op de veterinaire kaart genoteerd. - Deelnemende paarden dienen op 30 minuten na het stoppen van de rijtijd wedstrijddierenarts gekeurd te worden (nakeuring). Bij deze nakeuring dient de polsfrequentie lager dan of gelijk aan 60 per minuut te zijn. Is op 30 minuten de polsfrequentie hoger dan 60 per minuut, volgt uitsluiting. Bij de nakeuring wordt de algehele conditie beoordeeld. Er wordt gekeken naar eventuele wonden of drukkingen. Paarden dienen in stap en draf te worden gemonsterd. Bij duidelijke tekenen van oververmoeidheid of dehydratie, bij abnormaal hoge temperatuur, bij kreupelheden of bij ernstige verwondingen of drukkingen wordt de deelnemer uitgesloten of gediskwalificeerd. Het is de ruiter niet toegestaan handelingen te verrichten die de hartslag van het paard kunnen beïnvloeden, dit ter beoordeling van de wedstrijddierenarts.
- Wanneer de finish ver verwijderd is van de plaats van de nakeuring, dan kan de jury in overleg met de wedstrijddierenarts en de wedstrijdgevende organisatie besluiten de nakeuring op meer dan 30 minuten te laten plaatsvinden. Een dergelijk besluit moet voorafgaand aan de wedstrijd aan de deelnemers worden bekendgemaakt.
- Wanneer een combinatie gefinisht is, is de deelnemer verplicht zijn paard ter nakeuring aan te bieden.
- Elke (medische) behandeling van een paard tijdens of binnen 2 uur na de finish van het betreffende paard kan leiden tot uitsluiting. Indien behandeling noodzakelijk is dient de hoofd-wedstrijddierenarts vooraf te bepalen of de behandeling reden tot uitsluiting is. De wedstrijddierenarts adviseert de jury hierover.
Verlaten wedstrijdterrein
- Voor alle deelnemers in alle klassen geldt dat het paard pas het wedstrijdterrein mag verlaten nadat dit door de wedstrijddierenarts voor akkoord is afgetekend op de veterinaire kaart. Disciplinereglement Endurance - versie 1 8 - 11
vastgesteld op 15 januari 2007 door de Ledenraad - inwerkingtreding op 01 maart 2007 - De wedstrijddierenarts is gerechtigd het paard zo lang ter controle op het terrein te laten blijven als door hem nodig wordt geacht.
- Ook wanneer men de wedstrijd voortijdig beëindigt of zich terugtrekt, dient men de goedkeuring van de wedstrijddierenarts te hebben om het wedstrijdterrein te verlaten.